Afgelopen weekend gingen we een weekendje weg. Met z’n drieën, even eruit, even genieten en echt samen zijn. Leo had een prachtig appartement in België geboekt, van vrijdag tot en met zondag. Het voelde erg luxe. We zaten vlakbij de dierentuin Pairi Daiza waar we erg graag naar toe wilden.
Op vrijdagavond, nog voordat we goed en wel gesetteld waren, zagen we vlekjes op de borst bij Hanna: waterpokken.
Voor mij veranderde daardoor het weekend. Niet dramatisch want waterpokken zijn waterpokken. Maar toch voelde ik het meteen in mijn lijf: alertheid, spanning en bezorgdheid.
Zaterdagochtend zat Hanna van top tot teen onder de pokken. We wilden eigenlijk vroeg naar de dierentuin, maar ze was zo moe dat we haar eerst nog even in bed hebben gelegd. Daarna gingen we alsnog naar Pairi Daiza, één van de acht Europese parken waar reuzenpanda’s te zien zijn.
Hanna was best goed te pas, al veranderde haar humeur naarmate de dag vorderde. Ik bleef alert en hield haar goed in de gaten. Door alle indrukken lukte het haar niet om te slapen in de wandelwagen. We zagen hoe moe ze was en hoe ze steeds meer begon te mopperen omdat ze de slaap niet kon vatten.
We besloten om het park eerder te verlaten dan gepland. Niet erg. Dat kan gebeuren. In de auto viel ze vrijwel direct in slaap, de schat.
In de avond en nacht van zaterdag op zondag sliep ze bijna niet. Ik nam haar bij me in bed. Ik wreef over haar rug, zong liedjes, hield haar vast. Urenlang. Met vlagen huilde ze, krijste ze.
Mijn hand kalmeerde haar huid, maar mijn gedachten gingen alle kanten op.
Rationeel wist ik heel goed: het zijn maar waterpokken.
Maar ik voelde: wat nou als…
Die twee zinnen kunnen naast elkaar bestaan, maar dat is wel een heel ingewikkeld deel van moeder zijn na verlies.
Ik merkte hoe snel mijn zorg omslaat in overbezorgdheid. Hoe ik nog steeds reageer alsof elk signaal een waarschuwing is. Hoe mijn hart soms sneller gaat dan mijn hoofd.
En ik baalde ook.
We gaan bijna nooit een weekendje weg. En dan zijn we weg, wordt Hanna ziek.
En ergens, heel zacht maar toch heel duidelijk, kwamen de herinneringen omhoog.
De vakantie in Engeland met Enzo in 2022. Vijf dagen weg, waarvan hij er vier ziek was.
De vakantie in Maastricht in 2023. Die vakantie moesten we afbreken omdat hij ernstig ziek werd.
Het is niet hetzelfde, het is niet vergelijkbaar. Maar mijn lichaam kent het patroon en reageert sneller dan ik kan uitleggen.
En toch gebeurde er ook iets anders.
Terwijl ik daar lag met Hanna naast me, voelde ik hoe sterk de liefde is die me overeind houdt. Hoe ik niet alleen zorg uit angst, maar ook uit zachtheid. Hoe ik, ondanks alles, kan blijven ademen. Hoe ik vanuit liefde probeerde haar gerust te stellen. Zoals iedere moeder zou doen.
Het weekend liep misschien anders dan we hadden bedacht.
Maar het was wel echt. Eerlijk. Rauw en zacht tegelijk.
Een weekend waarin veerkracht en liefde aan alle kanten voelbaar waren.
En misschien is dat precies wat ik meeneem.
Zelfs in de kleine weekenden weg, in de waterpokken, in de slapeloze nachten en in de herinneringen die me soms overvallen, ontdek ik steeds opnieuw hoe ik moeder ben.
Moeder van Hanna. En van Enzo.
Twee kinderen, twee verhalen, één moederhart dat probeert ruimte te maken voor alles wat meereist.
Hanna is er flink ziek van. Hoge koorts en dat zorgt bij mij voor zorgen. Veel zorgen. Maar: het zijn waterpokken.
Ik blijf Hanna knuffelen, ik blijf haar troosten en geef haar onbeschrijflijk veel liefde.
Dan komt dit weer goed. Dat weet ik. Dat voel ik.

