Dinsdag 14 april was het zover: ik mocht spreken voor een groep zorgprofessionals in het ErasmusMC / Sophia Kinderziekenhuis. Een plek waar dagelijks levens worden gered. Waar hoop en wanhoop elkaar soms in dezelfde gang kruisen. En ik mocht daar spreken. Over Enzo. Over onze ervaring. Over de zorg en nazorg. En over de dag van het overlijden, in combinatie met de schietpartij. In deze blog neem ik je mee in die ervaring. 

Leo en ik zijn al een aantal keer teruggekeerd naar het ziekenhuis in Rotterdam. Maar dit was de eerste keer dat ik er alleen naar binnen stapte. Ik had bewust ruim de tijd genomen voor de heenreis, zodat ik eerst even kon landen. Dat bleek nodig. Ik voelde het meteen in mijn buik toen ik het ziekenhuis binnenliep. Niet alleen vanwege de spanning voor het spreken, maar ook omdat mijn hoofd terugging naar de momenten die we hier als gezin hebben beleefd. Van het moment dat Enzo werd overgebracht vanuit het RadboudUMC tot aan het nazorggesprek. Terwijl ik op een bankje in de hal zat, liet ik alles even voorbijkomen. Het was oké. Het mocht er zijn. Het was nodig om even stil te staan.

In plaats van de geplande dertig aanwezigen, zaten er meer dan vijftig mensen in de zaal. Zoveel mensen die wilden luisteren naar mijn verhaal. Ik voelde me dankbaar, maar ook gespannen. Ik was blij dat ik een aantal bekende verpleegkundigen zag en dat ze even een praatje kwamen maken. Daardoor voelde ik me al snel op mijn gemak.

Ik merkte opnieuw hoe bijzonder het is om mijn verhaal te delen met mensen die in de zorg werken. Mensen die misschien wel dagelijks geconfronteerd worden met de grens tussen vasthouden en loslaten. Terwijl ik sprak, voelde ik de aandacht. Door tijdens mijn verhaal ook fragmenten uit mijn boek voor te lezen, nam ik de luisteraars mee in onze ervaring. Het was stil in de zaal. Af en toe hoorde ik iemand snikken. De stilte was er één die ik herken: mensen luisterden niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun hart. En telkens wanneer ik de zaal in keek, zag ik dat mijn woorden raakten.

Ik stond iets langer stil bij 28 september 2023, de dag dat Enzo overleed. Ik vertelde gedetailleerd hoe ik die dag heb ervaren. Hoe goed en fijn de zorg op dat moment was. Hoe belangrijk het was dat ik na het overlijden een knuffel kreeg van de verpleegkundigen. En hoe helpend het was dat ik ook bij hen emotie zag en voelde. Maar ook hoe heftig het was toen ik naar buiten stapte en kennis kreeg van de schietpartij die net had plaatsgevonden. De schutter was op dat moment nog op de vlucht.

Als afsluiting benoemde ik wat ik enorm heb gewaardeerd in de zorg, maar ook wat ik als minder prettig heb ervaren. Er volgde een applaus. Daarna kwamen er vragen. En op dat moment besefte ik opnieuw: mijn verhaal doet ertoe. Ik raak mensen. Ik zet mensen aan het denken. En dat is waarom ik dit doe. Niet om mijn verdriet te herhalen. Niet om medelijden te creëren. Maar om inzicht te geven in hoe het écht is om zoiets mee te maken. Om te laten zien dat rouw niet iets is wat je oplost, maar iets wat je meedraagt. Soms zwaar, soms licht, maar altijd aanwezig.

Een vraag die vaak werd gesteld was: “Vind je het niet moeilijk om dit zo te doen?” Mijn antwoord is helder. Nee. Ik vind dit niet moeilijk. Ja, soms trilt mijn stem of neem ik een extra adempauze. Maar het voelt juist fijn om over Enzo te praten. Hij doet ertoe. En ik wil dat onze ervaring, ons gemis, niet voor niets is. Enzo’s naam moet genoemd blijven worden. En ja, er rolden op de terugweg in de auto tranen over mijn wangen. Omdat ik hem zo mis. Omdat het niet klopt en omdat het nog steeds ontzettend oneerlijk is.

Enzo is mijn drijfveer in alles wat ik doe. Hij is altijd aanwezig. In mijn werk. In mijn woorden. In de manier waarop ik kijk naar kinderen, ouders, collega’s. Dat hij maar zo kort bij ons heeft mogen zijn, heeft mijn blik voorgoed veranderd. En misschien is dat wel de kern van mijn missie: laten zien dat liefde niet stopt waar het leven eindigt.

Dinsdag voelde opnieuw als een bevestiging. Dat mijn verhaal niet alleen van mij is. Dat het iets opent bij anderen. Dat het ruimte maakt voor gesprekken die we vaak uitstellen, omdat ze spannend zijn, of pijnlijk, of omdat we niet weten waar we moeten beginnen.

Maar misschien begint het gewoon hier. Bij één verhaal. Bij één kind. Bij één moeder die probeert woorden te geven aan dat waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Want ik geef woorden aan wat vaak stil blijft.

En telkens wanneer ik spreek, voel ik het weer: Enzo is erbij. Niet als herinnering, maar als richting.

P.S. Deze week is het de nationale hartfalen-week. De week waarin er op verschillende manieren aandacht wordt gevraagd voor hartfalen. Het thema dit jaar is: herkenning. Hartfalen komt vaker voor dan je denkt; elke dag overlijden er 22 mensen aan hartfalen. De ziekte herkennen is dus heel belangrijk! Wil je weten waar je op moet letten? Op de site van de nationale hartfalenweek en de Hartstichting is veel informatie te vinden.